#caption
#caption


Vrouwenemancipatie vordert langzaam. Emancipatiemonitor 2016

De verschillen tussen vrouwen en mannen zijn in tien jaar tijd kleiner geworden, maar minder snel dan in de beginjaren van het emancipatiebeleid werd gedacht. Dit zijn enkele conclusies uit de Emancipatiemonitor 2016 die 13 december 2016 is verschenen. De Emancipatiemonitor is opgesteld onder redactie van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek, op verzoek van minister Bussemaker van OCW, die verantwoordelijk is voor het emancipatiebeleid.

 

Vrouwen zijn steeds hoger opgeleid, tot een leeftijd van 45 jaar zelfs hoger dan mannen. Toch vertaalt dit zich niet in een gelijke positie op de arbeidsmarkt. Vrouwen werken minder vaak in een betaalde baan, werken veel vaker in deeltijd, zijn minder vertegenwoordigd in topfuncties en krijgen per uur minder betaald dan mannen.

 

In onderstaand bericht staat een korte samenvatting van wat er in de emancipatiemonitor 2016 staat. Voor een uitgebreide samenvatting klik hier  Voor het rapport klik hier

 

Arbeidsparticipatie

De arbeidsparticipatie van vrouwen groeide niet tijdens de economische crisis. Al vanaf eind 2008 heeft rond de 70 procent van de vrouwen betaald werk. Met het aantrekken van de economie sinds 2014 kwamen werkloze vrouwen (en mannen) makkelijker aan een baan en nam de arbeidsparticipatie van vrouwen toe. Ook het aandeel economisch zelfstandige vrouwen kruipt omhoog. In 2015 verdient 54 procent van de vrouwen en 74 procent van de mannen van 20 tot 65 jaar met betaald werk meer dan het bijstandsniveau van een alleenstaande (netto 920 euro). Dat is voor zowel vrouwen als mannen een procentpunt hoger dan in 2013.

 

In 2015 hebben vrouwen een werkweek van gemiddeld 26,6 uur, ruim een uur meer dan in 2005 en 20 minuten meer dan in 2013. Mannen werken met 37,7 uur in 2015 bijna een uur minder dan tien jaar eerder. De komst van kinderen is steeds minder vaak een reden om te stoppen met werken of minder uren te gaan werken. Vrouwelijke dertigers werken gemiddeld een halve dag per week meer dan eerdere generaties vrouwen in deze leeftijd. Daarmee lijkt er meer beweging te komen in de arbeidsduur van vrouwen. In de praktijk is van een gelijke verdeling van werk, huishouden en zorg nog geen sprake. Ondanks dat, heeft de helft van de mannen die recent voor het eerst vader zijn geworden, een halve of hele ‘papadag’ per week. Van de jonge moeders heeft vrijwel iedereen minimaal één ‘mamadag’ per week.

 

Aantal vrouwen in de top

Het aantal vrouwen in de top is licht gestegen. De overheid heeft haar streefcijfer van percentage vrouwelijke topambtenaren bereikt. Het aandeel vrouwelijke hoogleraren en het aandeel vrouwen in topfuncties in het bedrijfsleven is iets gestegen. In de honderd grootste bedrijven is nu bijna een op de vijf leden van de raden van bestuur of toezicht een vrouw. In de non-profitsector is een op de drie tot vier bestuurders een vrouw. Maar juist in deze sector, waar relatief veel vrouwen werken, is hun aandeel in de top niet toegenomen (zorg en welzijn) of zelfs iets afgenomen (sociaaleconomische sector en maatschappelijke organisaties).


Uitgebreid zoeken