#caption
#caption
Willemien Koning Vrouwenvertegenwoordiger 2018


Vrouwen voor Europa, echt belangrijk

Verslag van de bijeenkomst van NVR en Vrouwenbelangen op 25 april 2014

V.l.n.r.: Anke Klein, Guliz Tomruk, dagvoorzitter Mathilde van den Brink, Anke Klein, Irene Janssen, Anne-Marie Mineur en Nejra KalkanZes jonge vrouwelijke talenten waren te gast op de bijeenkomst die de NVR samen met Vrouwenbelangen op 25 april organiseerde. Zes politieke talenten van verschillende partijen op weg naar het Europees Parlement, althans als hun kandidaatstelling leidt tot hun uitverkiezing. Niet allemaal staan ze zo hoog op de lijst dat hun plek in het Europees Parlement gegarandeerd is, maar met voorkeursstemmen hopen ze er alsnog te komen. Tijdens de bijeenkomst vertelden ze wat hen drijft om actief te zijn in de poltiek en wat ze in Europa willen bewerkstelligen, juist ook voor vrouwen. Van de aanwezige vrouwen kregen ze daarnaast nog heel wat opdrachten en goede raad mee.

Op de foto v.l.n.r.: Stieneke van der Graaf (ChristenUnie),  Güliz Tomruk (GroenLinks), dagvoorzitter Mathilde van den Brink, Anke Klein (D66), Irene Janssen (CDA), Anne-Marie Mineur (SP) en Nejra Kalkan (PvdA). 

Op initiatief van de Vereniging voor Vrouwenbelangen organiseerden NVR en Vrouwenbelangen gezamenlijk een bijeenkomst in het kader van de komende Europese verkiezingen. Daarvoor waren we te gast in het Huis van Europa in Den Haag, waar de voorlichtingsbureaus van zowel de Europese Commissie als van het Europees Parlement gevestigd zijn.

Wat Europa al voor vrouwen heeft bereikt
Willemien RuygrokWillemien Ruygrok, deskundig op het terrein van Europa en vrouwenzaken, was gevraagd iets te vertellen over de ontwikkeling van de Europese Unie en dat toe te spitsen op ‘wat Europa al voor vrouwen heeft bereikt’. Zij ging daarvoor terug naar het allereerste begin.
Na de Tweede Wereldoorlog waren het met name de Verenigde Staten die aandrongen op de vorming van de ‘Europese Staten’. Dat leidde in 1952 tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) waar naast de 3 BeNeLux-landen ook Frankrijk, Duitsland en Italië in deelnamen en in 1957 tot de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Met name door Frankrijk werd er in die eerste verdragen al een artikel (119) opgenomen over gelijk loon voor mannen en vrouwen. Nederland was daar als lage-lonen-land niet voor maar in de uitruil tijdens de onderhandelingen is ze toch accoord gegaan.
In 1971 deed Gabriëlle Defrenne, een stewardes bij de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena, met succes een beroep op dat artikel. Zij eiste gelijk loon als haar manlijke collega’s en hield haar eis vol tot voor het Europese Hof van Justitie. Gabriëlle, die inmiddels al niet meer bij Sabena werkte, kreeg met terugwerkende kracht het verschil in beloning uitbetaald. De uitspraak van het Hof in haar zaak is belangrijk geweest voor de verdere rechtsontwikkeling.
In 1975, het Europese Jaar van de Vrouw, werd de eerste EU-richtlijn voor ‘gelijke bezoldiging’ van mannen en vrouwen uitgevaardigd. Ondanks deze richtlijn, die – zoals alle EU-richtlijnen- moest leiden tot aanpassing van de nationale wetgeving van de lidstaten, worden nog altijd veel vrouwen minder betaald dan mannen voor identiek werk.
In 1979 waren er voor het eerst rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement. Voordien gebeurde dat getrapt uit en door de nationale parlementen. De vrouwen die in het Europees Parlement gekozen waren wilden een speciale commissie voor vrouwenzaken. Bekende politieke vrouwelijke kopstukken uit die tijd, zoals Ien van den Heuvel, Hanja May-Weggen en Ria Oomen hebben zich daarvoor ingezet. Slechts een ad hoc commissie werd toegestaan. Vrouwelijke Europarlementariërs uit alle lidstaten staken daarin de koppen bij elkaar en zorgden gezamenlijk voor een rapport met feiten & cijfers over de rechten en positie van vrouwen in de verschillende lidstaten. In 1981 werd dat rapport gepresenteerd door Simone Veil, de eerste en – nog steeds – enige vrouwelijke voorzitter van het Europees Parlement toen. Op basis van dat rapport is uiteindelijk de vaste commissie FEMM ingesteld voor de rechten van de vrouw en gendergelijkheid.
Inmiddels zijn er mede dankzij deze commissie een heleboel EU richtlijnen op voor vrouwen belangrijke zaken.  

European Institute for Gender Equality (EIGE)
In 2009 is het European Institute for Gender Equality (eige.europa.eu) opgericht. Het Europees Parlement moet het werk van EIGE monitoren. Willemien Ruygrok zorgt in opdracht van het Europees Parlement voor die monitoring. Een paar keer per jaar reist zij naar Vilnuz in Litouwen waar EIGE gevestigd is, ‘om te zien hoe ze het daar doen’ en rapporteert dat aan Brussel.
De EU kent, zoals bekend, een roulerend voorzitterschap. Iedere lidstaat kiest als deze voorzitter is een onderdeel uit het Beijing Platform for Action als prioriteit. EIGE zorgt dan voor een rapport daar over. Er zijn statistieken van EIGE met vergelijkbare cijfers over de situatie van mannen en vrouwen in de verschillende lidstaten op het punt van: werk, geld, kennis, tijd, macht en gezondheid. Aan de hand van een aantal voorbeelden liet Willemien zien dat Nederland daarin soms wel, maar zeker niet altijd ‘het beste meisje van de klas’ is.
Begin 2016 is Nederland voorzitter van de EU. Willemien raadt vrouwenorganisaties aan nu al te gaan praten met ministeries over de prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap op voor vrouwen belangrijke zaken, want de agenda daarvoor wordt, aldus Willemien, nu al opgemaakt.

Kandidaat-Europarlementariërs stellen zich voor
V.l.n.r.: Anke Klein, Anne-Marie Mineur, Guliz TomrukDaarna nodigde dagvoorzitter Mathilde van den Brink de kandidaat-Europarlementariërs op het podium om kort toe te lichten wat hun drijfveren zijn om in de politiek te gaan en wat zij als EP-er willen verbeteren.
Anke Klein (D66), 35 jaar, woont en werkt in Brussel als financieel attaché. Zij vindt geweld tegen vrouwen en, in relatie daarmee, hun economische zelfstandigheid belangrijke zaken om zich voor in te zetten.
Anne-Marie Mineur (SP), 47 jaar, is wetenschapper, raadslid geweest in De Bilt; en ondersteunt de SP-fractie in de Utrechtse Provinciale Staten. Zij ziet de toenemende armoede als een groot probleem dat vrouwen ’t meest treft. Het is belangrijk dat ook de overheid zich inzet om dat probleem terug te dringen.
Güliz Tomruk (GroenLinks), 37 jaar, is gemeenteraadslid geweest in Deventer, en nu als mentee opgenomen in het European Mentoring Network van de European Women’s Lobby dat migrantenvrouwen begeleidt naar deelname in het Europees Parlement. Zij wees op de actieve inzet van haar partij in het EP voor onder meer uitbreiding van het zwangerschapsverlof en vaderschapsverlof. 
V.l.n.r.: Irene Janssen, Nejra Kalkan, Stieneke van der GraafIrene Janssen (CDA) heeft altijd gewerkt tussen bedrijfsleven en overheid, nu zet zij zich in voor de politiek en met name voor vrouwen. Ze is bestuurslid bij FAM, de voormalige Limburgse Vrouwen Raad, en voelt zich ‘als een vis in ’t water’ bij (bijeenkomsten van) vrouwenorganisaties. Haar drijfveer is dat zij gelooft dat ‘we er met z’n allen voor kunnen zorgen dat niet alleen welvaart, maar ook welzijn belangrijk is in de samenleving´.
Nejra Kalkan (PvdA), 31 jaar, werkt al 4 jaar als adviseur van EP-er Emine Bozkurt. Nejra is Sarajevo vluchteling en zet zich ook om die reden vooral in om vrouwenhandel en geweld tegen vrouwen tegen te gaan. Verder wil zij vrouwelijk ondernemerschap stimuleren en meer vrouwen in technische beroepen.
Stieneke van der Graaf (CU), 29 jaar, is lid van Provinciale Staten in Groningen. Zij wil zich sterk maken voor de rechten van vrouwen, het tegengaan van mensenhandel, en voor ondernemerschap. Haar drijfveer om politiek actief te zijn is dat je ´als individu verantwoordelijkheid draagt voor je omgeving´.

5 urige werkdag

Als aftrap in het debat werd de stelling geponeerd dat ‘bij grote werkloosheid serieus moet worden gekeken naar herverdeling van betaald en onbetaald werk’. En wat kandidaat EP-ers bijvoorbeeld dachten van het ooit door Joke Smit en Man Vrouw Maatschappij gelanceerde idee van de 5-urige werkdag?
Alle kandidaat-EP-ers vonden dat wel een sympathiek idee, maar de meesten achtten het niet uitvoerbaar. Stieneke van der Graaf: “Het is beter voor relaties, want meer tijd voor elkaar, maar ik ben geen voorstander. Er moet gewerkt worden, de AOW moet worden betaald, we kunnen het ons niet veroorloven.” Ook Nejra Kalkan zei: “Het klinkt goed, maar ik zie het niet gebeuren. Het is niet handig als je net carrière wilt gaan maken; die keuzevrijheid moet blijven.” Güliz Tomruk sloot zich daarbij aan: “Een 5-urige werkdag is idealistisch. Je moet kijken naar individuen en de keuzes die zij maken.” Anke Klein vond ook de gedachte sympathiek, maar de uitwerking lastig. “Als mensen zelf kiezen om meer te werken genereert dat nieuwe banen.” Volgens Anne-Marie Mineur is de keuze niet zo makkelijk te maken. “Er is veel werkloosheid, dus hoe gaan we zorgen dat iedereen deelneemt aan de arbeidsmarkt. Je moet je eigen boterham kunnen verdienen.” Ook Irene Janssen wees op de noodzaak van economische zelfstandigheid. “Iets meer dan de helft van de vrouwen in Nederland is niet economisch zelfstandig. Dat levert een verhoogd risico op armoedeval op. De verdeling moet beter, zodat vrouwen  beter financieel voor zichzelf kunnen zorgen.”

Zweeds model
Naar aanleiding van vragen uit de zaal concentreerde het debat zich vervolgens op mensen-/vrouwenhandel en prostitutie.
Stieneke van der Graaf refereerde aan het voorbeeld in msterdam zoals burgemeester Eberhard van der Laan dat onlangs verwoordde. In Amsterdam zijn er 4000 tot 7000 prostituees: mannen, vrouwen en transgenders. De schattingen over het percentage daarvan die dat vrijwillig doen of niet, lopen uiteen. Stel dat 10% wordt gdwongen, dan betekent dat dat dagelijks 400 tot 700 prostituees worden verkracht onder het toeziend oog van de overheid.  “Als je het hebt over opkomen voor vrouwen, moet je daar iets aan doen”, bepleitte Stieneke. “In het Scandinavische model is de bezoeker strafbaar, dat helpt.” Volgens haar kijken ook Frankrijk en Ierland naar invoering van dit model. Nejra Kalkan is tegen het Zweeds model. “Het risico daarvan is dat vrouwen ondergronds gaan, en dat er geen meldingen meer worden gedaan.”
´Europa heeft gekozen voor het Zweeds model´, stelde Anne-Marie Minuer vast. Maar zij vindt dat de zeggenschap over zaken als abortus en prostitutie terug moeten naar nationaal niveau. ´In Nederland gaan we ingrijpen op strafbare zaken, en -kijk naar het voorbeeld van Utrecht- veilige plekken creëren voor prostituees als een vrouw er zelf voor kiest.”

Quota
Natuurlijk kwam ook de achterblijvende participatie van vrouwen in (de top van) bedrijven aan bod in het debat.
Volgens Irene Janssen is dat iets wat je op Europees niveau met het vaststellen van quota kunt regelen. Nejra Kalkan beaamde dat dat inmiddels ook is gebeurd voor beursgenoteerde bedrijven, maar voegde er aan toe dat lidstaten het niet willen uitvoeren. Daarop haalde Anke Klein naar voren dat D66 voorstelt om verplicht te stellen dat bedrijven in hun jaarverslag aangeven wat de verschillen zijn in mannen en vrouwen aan de top, zowel kwa inkomen als participatie. Güliz Tomrük zet in op hardere actie: na 30 jaar zelfregulering is het nu tijd voor quota, en sancties in de vorm van boetes voor bedrijven die daar niet aan voldoen.

Uit de zaal werd gevraagd waarom er in de partijprogramma’s zo wenig aandacht wordt besteed aan vrouwen. Ten opzichte van de partijprogramma’s voor de vorige Europese verkiezingen is de aandacht voor vrouwen zichtbaar verminderd, aldus een van de aanwezigen die dat voor alle partijen had uitgeplozen.
Er kwam niet echt een duidelijk antwoord op deze vraag. “Het heeft te maken met machtsstructuren, dat mannen nog steeds de dienst uitmaken”, werd door sommige kandidaat-EP-ers verondersteld. “Of omdat de crisis allesoverheersend is en dus prioriteit.” “Misschien ook omdat het te vanzelfsprekend is”, was een gedachte. De meeste kandidaat-EP-ers benadrukten dat het in de partijprogramma’s over mensenrechten gaat, en “dat zijn ook vrouwenrechten”. Maar in de zaal vond men dat versluierend taalgebruik. In relatie tot de rechten en de positie van vrouwen moeten zaken scherp worden gesteld.

Slogans en leuzes
V.l.n.r.: Anke Klein, Anne-Marie Mineur, Guliz Tomruk, Irene Janssen, Nejra Kalkan, Stieneke van der GraafTer afsluiting van het debat mochten de kandidaat-EP-ers nog kort de slogan van hun partij noemen en de belangrijkste verkiezingsleuzes.
D66 gaat voor Sterk Nederland en Sterk Europa. Volgens Anke Klein gaat het dan over vrouwen, want die zijn de kracht van alles.
Anne-Marie Mineur liet luid en duidelijk horen dat de SP Nee zegt tegen deze EU vanwege de opgelegde bezuinigingen, en op verschillende punten weer zeggenschap terug wil op nationaal niveau. “Dus niet lang wachten tot iedereen het eens is of opgelegd krijgen wat we niet willen.”
Bij GroenLinks gaat het om een meer democratisch Europa met aandacht voor mensenrechten en specifiek voor vrouwen en migranten, aldus Güliz Tomruk.
Voor Nederland in Europa, is de slogan van het CDA. “Europa heeft ons iets te bieden”, vindt Irene Janssen, “maar we kiezen met gezond verstand. Wat je beter dichtbij huis kunt oplossen regelen we in Nederland zelf, en geen nieuwe experimenten meer in Europa, eerst het Europese huis op orde.”
De PvdA gaat voor een Europa dat werkt, een sociaal Europa. “Ja graag”, vindt Nejra Kalkan “maar ook met oog voor mensen die kwestbaar zijn.”
De ChristenUnie ziet de samenwerking in Europa als ‘een groot goed’, aldus Stieneke van der Graaf. Vandaar de slogan Samenwerking Ja. Maar niet overal is een Europese aanpak op nodig dus luidt de andere helft van de slogan Superstaat Nee.

European Women’s Lobby – 50/50 campagne
Elvira BuijinkNa het debat stond Viviane Teitelbaum, voorzitter van de European Women’s Lobby (EWL), op het programma. Maar die bleek verhinderd dus kwam in haar plaats Elvira Buijink vertellen over de 50/50 campagne die de EWL voert met als titel ‘No modern European democracy without gender equality’.
Zij toonde het promotiefilmpje met beelden van de lancering van de campagne, en statements van Europarlementariërs en EU ‘decision makers’ die de campagne ondersteunen (www.youtube.com/watch?v=H5KSIIHShQU).
Ruim 100 EP-ers hebben de ‘joint declaration’ die onderdeel uitmaakt van de campagne inmiddels ondertekend. Op zich een aardig resultaat, maar omdat er meer dan 700 EP-ers zijn, kwam onmiddellijk uit de zaal de vraag waarom de  anderen niet hebben getekend. Volgens Elvira Buijink is dat enerzijds te verklaren doordat ze de oproep door drukte nog niet hebben gezien, of gewoonweg nog geen gelegenheid hebben gehad, maar met name in de fracties ter rechterzijde is men niet gewoon om oproepen van de EWL te steunen.
Elvira liet ook de website www.paritydemocracy.eu zien die uitnodigt om te stemmen voor verandering en dus voor gender equality. Zij benadrukte dat het niet voor alle lidstaten even gemakkelijk is om op te roepen: stem op een vrouw. Bijvoorbeeld in Frankrijk waar Marine le Pen furore maakt, is een stem op haar niet wat je wilt steunen.
Overigens, voert de EWL de 50/50 campagne al langer, ook al bij de vorige Europese verkiezingen, maar nu weer met nieuwe inzet en middelen. Buijink wees bijvoorbeeld op de Lobbying Kit die de EWL op haar website (www.womenslobby.org) ter beschikking stelt en waar allerlei voorbeeldmateriaal in zit voor organisaties die zelf met de 50/50 campagne aan de slag willen.

Opdrachten en goede raad
Ter afsluiting van de bijeenkomst werden vanuit de zaal nog tal van opdrachten meegegeven aan de kandidaat-EP-ers en goede raad.

Tonny Filedt Kok, die vanuit de NVR overleg voert met de ministeries over het prostitutiebeleid, kwam nog even op dit onderwerp terug. “Nederland heeft ten opzichte van andere landen in de EU een afwijkend prostitutiestandpunt. Daar krijgen we veel, en vaak ook ongenuanceerde kritiek op”, aldus Tonny. Wat men niet ziet is dat Nederland onderscheid maakt tussen prostitutiebeleid en anti-traficking (mensenhandel) beleid. Door de kritiek op het prostitutiestandpunt is er geen aandacht voor ‘ons’ anti-traficking beleid. Je kunt discussiëren over de voors en tegens van de prostitutiesystemen hier en in Zweden, maar wel met aandacht voor de nuances, aldus Tonny. “Het verbod in Zweden is alleen op straatprostitutie en heeft geleid tot verschuiving van prostitutie naar de besloten huizen.”

Anje Wiersinga, die de International Women Alliance vertegenwoordigt bij de
Raad van Europa, wees in aanvulling hierop op het rapport ‘Prostitution and traficking in Europe’ dat de Raad van Europa heeft uitgebracht.

Aanhakend op het onderwerp wees een vertegenwoordigster van het Global Network of Women’s Shelters (= vrouwenopvang) er op dat armoede en prostitutie vaak samenhangen, evenals crisis en geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld. Getuige de recente reportage op het televisiejournaal over de stijging van huiselijk geweld in Spanje.
Zij kondigde de Third World Conference of Women’s Shelters aan die volgend jaar in Den Haag wordt gehouden. En vroeg de kandidaat-EP-ers ook de aandacht in het EP te stimuleren voor het Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa over de bestrijding van  geweld tegen vrouwen.:

Een vertegenwoordigster van de Stichting Nederland Suriname Antillen Gendervraagstukken kreeg bijval uit de zaal toen ze meldde dat vrouwenorganisaties aanlopen tegen de erg ingewikkelde aanvraagprocedures voor Europese subsidies. Wellicht kunnen kandidaat-EP-ers er aan bijdragen dat er betere manieren komen om fondsen aan te vragen.

Christine Nanlohy, voorheen voorzitter van de Molukse Vrouwen Raad, die de NVR vertegenwoordigt in het Migranten Netwerk van de EWL, vroeg de kandidaat-EP-ers diversiteit mee te nemen in hun werk: mannen en vrouwen, jong en oud, maar vooral ook migranten.

Wil Post van Vrouwenbelangen gaf als goede raad mee: “Probeer ook te kijken naar waar je het met elkaar wel over eens bent, dus niet alleen blijven hangen op waar jullie elkaar niet op kunnen vinden.”

Niraï Melis, die deelneemt in de Deskundigenpool van de NVR, ziet graag dat berekend wordt wat gelijkheid oplevert. Volgens haar kunnen dat miljarden zijn. Neem bijvoorbeeld depressie bij (oudere) vrouwen die vaak gerelateerd is aan ongelijke behandeling, en de zorgkosten die dat veroorzaakt.

Anneke van Doorne, voorzitter van de VVAO, vond dat: “een heel goed idee. De kosten van ongelijkheid of de baten van gelijkheid in kaart brengen, dat moet doenlijk zijn.” Misschien iets voor EIGE op Europees niveau.

Tot slot stak Mathilde van den Brink, die zelf jarenlang Europarlementariër is geweest, de kandidaat-EP-ers een hart onder de riem met de woorden: “Het is fantastisch als je het mag doen, maar Europarlementariër is een moeilijke functie. Je hebt (nog) niet het gezag en de sympathie van de burgers van Europa. Nationale parlementariërs hebben hun volk; in Europa heb je dat niet. En nationale parlementariërs zijn niet altijd solidair, want als er in Europa een richtlijn is afgesproken en de aanpassing van de nationale wetgeving komt aan bod, zeggen ze of ‘het moet van Brussel’ of dat ze het zelf hebben bedacht.”

Mathilde van den Brink sloot de bijeenkomst af met te verwijzen naar de websites van WILPF Nederland (www.wilpf.nl) en Vrouwen voor Vrede (www.vrouwenvoorvrede.nl) waar de onderwerpen vrede en veiligheid zoals die in de verkiezingsprogramma’s aan de orde komen, worden belicht.

Met dank voor het beschikbaar stellen van foto's aan Foroogh Daneshmand.

 

 

 

 

 

 


 

  


Uitgebreid zoeken